Begroting en meerjarenplan gemeente

Oosterzele investeert en houdt financiën gezond

Amper negen maanden na de eerste goedkeuring van de meerjarenplanning, slaagt Oosterzele er al in – zoals beloofd – om een aangepast meerjarenplan voor te leggen. Het aangepaste plan laat merkelijk betere cijfers zien. Er worden geen doelstellingen in het meerjarenplan geschrapt. Dat laat schepen van financiën Jan Martens weten in een officiële communicatie van de gemeente.

Die betere cijfers zijn het resultaat van voortdurende inspanningen om de gemeentelijke financiën gezond te houden en van een hele reeks onderhandelingen. Dat komt onder andere omdat Oosterzele nu werkt met een eigen ontwikkelde methode die een betere prognose van de evolutie in de aanvullende personenbelasting geeft. Het bestuur doet dat door de reële ontvangsten in het (ruime) verleden uit te zetten t.o.v. de toekomst en door dit maandelijks op te volgen en bij te sturen.

Begroting

Daaruit blijkt dat de Oosterzeelse bevolking – tot op dit ogenblik – niet verarmt. Er zijn ook geen signalen dat dit zal veranderen. Het Oosterzeels beleid koestert via een veelheid aan beleidsmaatregelen de inwoners die voor de opbrengsten zorgen. Zelfs indien de evolutie in negatieve zin zou wijzigen, dan nog is dit systeem beter dan het vorige want het wordt maandelijks bijgesteld. Tot voor kort was dat slechts jaarlijks het geval. ‘Kort op de bal spelen’ heet zoiets.

De onderhandelingen met het OCMW resulteerden ook in verminderde gemeentelijke werkingsbijdragen tot en met 2019. Initieel was jaarlijks 1 083 000 euro ingeschreven. De nieuwe bedragen gaan gradueel van 827 722 euro in 2014 naar 900 000 in 2019. Het bestuur bedankt het OCMW uitdrukkelijk voor hun positieve bijdrage en medewerking.

Bij de onderhandelingen met het OCMW werd er steeds rekening mee gehouden dat het OCMW op elk moment geconfronteerd kan worden met stijgende ‘verplichte’ uitgaven, bijvoorbeeld door een humanitaire crisis of door effecten veroorzaakt door nieuwe regelgeving. In die gevallen zal de Gemeente snel bijkomende middelen moeten vrij maken voor het OCMW, wat de Gemeente tot voorzichtigheid moet aanzetten bij het voorbestemmen van middelen.

Oosterzele optimaliseert voortdurend de werking en houdt daarbij ook de bijhorende kosten nauwlettend in de gaten. Wanneer nodig wordt onmiddellijk bijgestuurd. De exploitatieuitgaven worden constant gehouden en extra uitgaven zullen opgevangen worden door besparingen. In het geval van terugkerende uitgaven, moeten daar terugkerende besparingen tegenover staan.

“Oosterzele investeert in haar samenleving, zonder de belastingen te verhogen” besluit Jan Martens in het communiqué.

Kritiek oppositie

Op de gemeenteraad van vorige woensdag uitte oppositiepartij Open VLD Plus kritiek op de begroting, vooral het doorschuiven van de investeringen van meer dan één miljoen euro naar komende jaren. “Het is frustrerend dat de Oosterzeelse inwoners voor het vele belastingsgeld dat ze al jaren betalen zo weinig in de plaats krijgen”, aldus Luc Verbanck. “We hebben inderdaad een megalomaan gemeenschapscenter waar niemand zat op te wachten, een superdure fuifzaal die meer leeg staat dan gebruikt wordt, en die beiden handenvol geld kosten om te onderhouden en te bemannen.”

De lliberalen zouden liever de hoge werkingsmiddelen van de gemeente aanpakken. Op basis van een studie van Belfius uit 2012 zouden die 10% hoger liggen dan soortgelijke gemeenten. In plaats daarvan “gaan jullie de werkingsmiddelen van het OCMW aanpakken zodat jullie zelf niet moeten snoeien in al jullie voordelen”, zei Verbanck op de gemeenteraad.

De andere oppositiepartij Groen prijst de nieuwe methode om de ontvangsten beter in te schatten, maar vindt dat de gemeente de laatste jaren boven zijn stand heeft geleefd, terwijl het CD&V-bestuur goed wist dat in de toekomst de uitgaven van de gemeente zouden stijgen en de inkomsten zouden dalen. “Helaas zet het huidige CD&V-N-VA bestuur deze houding door en wacht zij tot 2018 om minder te gaan uitgeven dan ze aan inkomsten binnenkrijgt”, zegt Michiel Van Der Heyden. “De komende jaren zal het CD&V-N-VA bestuur de financiële reserve die de gemeente nog heeft bijna integraal opgebruiken. Begin dit jaar had de gemeente 5.776.650 € in kas, begin 2018 zal ingezet worden met amper 343.465 € in kas!”

Groen had liever andere accenten gezien. Het betreurt de schrapping van subsidies voor energiebesparende maatregelen, de duurdere voor- en naschoolse opvang en de afwezigheid van de voorbeeldfunctie van de gemeente (meer ontwikkelingssamenwerking, minder energieverbruik van de gemeente zelf).

Schepen Martens weerlegt kritiek

Jan Martens vindt dat de oppositiepartijen voorbijgaan aan de essentie: Oosterzele gebruikt de middelen die het ontvangt van haar inwoners zuinig, accuraat en correct.

Reeds bij het goedkeuren van het eerste meerjarenplan kondigde schepen van financiën Jan Martens aan dat de tering naar de nering zou gezet worden en dat er snel zou bijgestuurd worden wanneer dit nodig was. Er wordt gesaneerd en bespaard; dus was er een tweede meerjarenplan nodig en dat laat een beter beeld zien wegens de vele inspanningen van het gemeentebestuur. Tot nader order gebeurt dit zonder de geplande investeringen te schrappen. “Ook zijn de werkingsmiddelen van de gemeente deze bestuursperiode wel degelijk met meer dan 10 procent gedaald, terwijl Open VLD Plus splinters blijft zien die in het beste geval druppels op een hete plaat zijn en cijfers uit 2012 totaal achterhaald zijn. Op de vraag of zij een voorstel hadden dat werkelijk effect zou hebben, bleef het stil”, reageert de schepen van financiën.
“De investeringen uit het verleden worden door de bevolking als zinvol beschouwd – de bevolking krijgt dus wél veel terug – maar dienen ook betaald te worden. We doen dit zonder de belastingen te verhogen. Dat we besloten om de schulden te delgen door de reserve aan te spreken – we krijgen amper intrest – zodat de komende generaties niet belasten worden met oude schulden, is gewoonweg goed bestuur en een doelbewuste beslissing. Anders dan slogans zal deze CD&V-N-VA-ploeg binnen vier jaar feiten kunnen voorleggen, op alle vlakken”, besluit Jan Martens.
Share