In april trokken we met vrienden (waaronder 4 Landskouternaars) op city trip naar Catania — de geboorteplaats van de Heilige Agatha. Een reisverslag.
Ryanair vliegt vanuit Charleroi rechtstreeks naar Catania, maar we verkozen een meer comfortabel vertrekuur vanuit het beter bereikbare Zaventem. Dat was wel met een overstap in München. In de week van ons vertrek was er evenwel een staking bij Lufthansa, waardoor we last minute moesten herboeken via ITA Airways (de opvolger van Alitalia) met tussenstops in Italië zelf.

Groeten uit Catania!
Bij het landen in Catania zie je meteen de Etna liggen. De stad is de tweede grootste op het Italiaans eiland Sicilië — na Palermo — en ligt dus aan de voet van de grootste en actiefste vulkaan in Europa. Het ligt aan de oostkust van het eiland en werd grotendeels verwoest op het einde van de 17e eeuw, na een uitbarsting van de Etna en een aardbeving. Daardoor is de stad qua architectuur heel homogeen barok — dat was de overheersende stijl van die periode, bekend om zijn dramatiek, grandeur en overdadige versieringen.
We hadden een appartement geboekt in een zijstraat van de Via Etnea, zeg maar de Veldstraat van Catania.
Ontbijt aan de toog
’s Morgens geen ontbijt op ’t appartement, maar even naar Prestipino Cafè of Pasticceria Savia, beiden op de via Etnea. We nemen een americano (koffie zoals bij ons) of cappuccino met brioche, niet op het terras maar binnen al banco — de Italianen nemen hun ontbijt snel aan de toog. Prestipino is een typisch cafè storico uit de 18e/19e eeuw met marmeren vloer en glazen kroonluchters. Je kan er ook gebak kopen en we vinden er de cassatella of minne di Sant’Agata — een bolvormig gebakje van groene amandelspijs gevuld met ricotta en chocoladestukjes, bedekt met wit glazuur en gekroond met een gekonfijte kers. Ze stellen de borsten van Agatha voor die werden afgesneden tijdens haar marteling. De Heilige Agatha is trouwens ingekaderd en hangt prominent aan de muur van het café.

Prestipino Cafè op de hoek van via Etnea en Piazza Università
Olifant als symbool van de stad
Op het einde van de Via Etnea ligt de Piazza Duomo, het centrale plein van Catania met de olifantfontein en de basiliek van Sint-Agatha. De olifant is het symbool van de stad. In de vroege middeleeuwen was er een heidense magiër-tovenaar Heliodorus die de inwoners zou hebben betoverd en op een olifant door de stad reed. De olifant wordt in het dialect uʻ Liotru genoemd naar die magiër.
In de oudheid leefden er trouwens dwergolifanten op Sicilië en tijdens de Arabische bezetting (9e en 10e eeuw) was de olifant symbool van macht en wijsheid. Je vindt de olifant ook terug in het wapenschild van de stad, net als de letter A die naar Sint-Agatha verwijst.

Piazza Duomo met de Basieliek van Sint-Agatha en vooraan de fontein met olifant
Klooster wordt zetel faculteit
Op de middag bezoeken we het Benedictijns klooster San Nicolò l’Arena; volledig gerestaureerd begin jaren 2000 en thans gebruikt door de faculteit Letteren van de universiteit van Catania. Hoewel de Benedictijnse doctrine soberheid voorschrijft, was dit klooster vooral een plaats voor zonen uit rijke Catanese families die niet de eerstgeborene waren of niet in het leger gingen.
De kamers van de monikken zijn thans werplekken voor professoren en faculteitsmedewerkers. De kelderverdiepingen bleven gevrijwaard van de aarbeving van 1693. Daar bevindt zich nu de bibliotheek. Net buiten het gebouw zie je dat de lava van de uitbarsting van de Etna tot twee verdiepen hoog kwam.

Monastero dei Benedettini di San Nicolò l’Arena
In de aanpalende kerk staan candalore gestald; imposante houten praalwagens die gebruikt worden tijdens de ommegang van Sint-Agatha begin februari. Ze zijn goud van kleur en versierd met bloemen, beeldjes, lampen en vlaggen geschonken door families die een dierbare verloren hebben. Op de hoeken zitten engelen met borsten en tang, zoals Agatha meestal afgebeeld wordt.

Praalwagen (candalora) en detail
Pescheria, arancini en pasta alla norma
Tijd om iets te eten! Op de vismarkt vlak bij de kathedraal tonen kleine vissers hun vangst; er zijn ook kraampjes waar inktvis gegrild wordt of waar je oesters kan eten. Je vindt in de buurt ook een groentenmarkt en gezellige steegjes — overdekt met paraplu’s die je beschermen tegen de middagzon — met allerlei eetgelegenheden.

de levendige vismarkt van Catania vlak naast het centrale plein
Een typisch Catanees gerecht is pasta alla norma; met gefrituurde of gebakken aubergine, tomatensaus, basilicum en geraspte gezouten ricottakaas. Of arancini: gepaneerde en gefrituurde rijstballen gevuld met allerlei ingrediënten naar keuze (ragù, spinazie, ham, kaas…).

Arancini, genoemd naar de arancia (appelsien) door haar vorm en rode kleur van safraan die bij de paneermeel wordt gebruikt
Op zoek naar Sint-Agatha
Sint-Agatha kregen we evenwel niet te zien. De énige keer dat ze buitenkomt is tijdens haar feest tussen 3 en 5 februari. En wat een feest! Het is een van de grootste christelijke festivals ter wereld met meer dan een miljoen bezoekers. We bezochten wel de Basilica Cattedrale di Sant’Agata, waar de bekende opera componist Vincenzo Bellini begraven is.
Vlak naast en onder de kathedraal kan je de Terme Achilliane bezoeken — een oud Romeins badcomplex — en het bischoppelijk museum waar de zilveren praalwagen staat waarmee Agatha tijdens haar feestelijkheden wordt rondgedragen.

Boven op het dak van het museum heb je een prachtig uitzicht over de stad, de Via Etnea en de vulkaan aan de horizon.


foto van de optocht begin februari 2026 (via islandsevents.com)

..mooi verslag. Dankjewel. Op weg naar mijn werk even mee naar Catania gereisd. Geprikkeld om meer te lezen over agathea…
Waren er ook een 20 tal jaren geleden.Noel/Magda